VERENIGING VRIENDEN VAN DE STADSKERN ZWOLLE

 

De Vrienden van de Stadskern vinden het onbegrijpelijk dat er voorlopig geen stadsbouwmeester wordt aangesteld. Juist nu zou Zwolle zo’n gezagvolle functionaris goed kunnen gebruiken. In de discussies afgelopen periode in politiek, pers en onder belangenverenigingen bleek dat er brede steun is voor de komst van een stadsbouwmeester als supervisor over de vele deelprojecten die nu lopen. Dat B&W niet verder komen dan een kwartiermaker tot aan de gemeenteraadsverkiezingen van maart volgend jaar, ervaart de vereniging als een doekje voor het bloeden, een gemiste kans en eigenlijk een blunder. De plannen buitelen over elkaar heen. Tegen de tijd dat de stadsbouwmeester er is valt er weinig meer te coördineren en is de plantontwikkeling al in dermate vergevorderd stadium dat zijn of haar komst mosterd na de maaltijd is.

Op dit moment speelt er op planologisch gebied, stedelijke ontwikkeling en woningbouwgebied historisch veel in Zwolle. Zo wordt op dit moment gelijktijdig gewerkt aan een stedelijke ontwikkelingsvisie 2030. Zijn er allerlei ontwikkelingen in de Kamperpoort, Schuttevaerkade, Spoorzone, Wezenlanden-Noord, Zwartewater Allee en Zwartewater zone ( buitendijks bouwen in Holtenbroek), de nieuwe evenementenhal, het Broerenkwartier en bijvoorbeeld ook het toekomstige karakter van de A28.

Zwolle neemt op de korte termijn dus veel hooi op de vork daar waar het gaat om het maken van keuzes op planologisch en stedenbouwkundig vlak. De Vereniging heeft tijdens het onderzoek naar wel of geen stadsbouwmeester duidelijk gemaakt dat een stadsbouwmeester het pad kan effenen naar een ruimtelijk samenhangend stadsgebied met een uitstraling en allure die past bij de stad die Zwolle wil zijn: een middelgrote stad met alle voorzieningen, strategisch gelegen tussen de Randstad en de noordelijke en oostelijke periferie, inclusief het Duitse achterland. Nu al is er veel weerstand onder de Zwolse bevolking over al deze ontwikkelingen. Zoveel weerstand dat de wijkplatforms de handen ineengeslagen hebben en luidkeels roepen om meer inspraak bij alle planontwikkeling. Ook in dat proces kan een stadsbouwmeester een verbindende rol spelen. Overduidelijk dat de aanstelling van een stadsbouwmeester/supervisor echt niet kan wachten tot na de verkiezingen. Kortom de stad moet qua ruimtelijke ordening op alle niveaus stappen zetten en haar angst voor vernieuwing (hoogtevrees) achter zich laten. Een goede stadsbouwmeester zou, denken wij, ook de onderlinge verhoudingen in de stad kunnen verrijken. De driehonderdduizend euro die het kost is een kleine investering in kwaliteit waar de stad weer minstens een eeuw mee vooruit kan. Met minder moeten we geen genoegen willen nemen.